Op zaterdag 30 december 1916, vroeg in de ochtend, werd Grigori Raspoetin in Sint-Petersburg vermoord door een kleine groep aristocratische samenzweerders rond prins Felix Joesoepov en grootvorst Dimitri Pavlovitsj. De moord vond plaats in het Moikapaleis in Sint Petersburg en verliep chaotisch: vergiftiging, meerdere schoten en een poging het lichaam te laten verdwijnen volgden elkaar in korte tijd op.
Al snel was de politie op de hoogte, en binnen enkele dagen raakte het keizerlijk hof diep verdeeld. Zowel de vader van Irina als de moeder van tsaar Nicolaas II verzochten hem het gerechtelijk onderzoek te stoppen. De daders werden zonder proces verbannen, het gerechtelijk onderzoek stilgelegd. Daarmee bleef de moord onbestraft, terwijl zij het politieke isolement van tsaar Nicolaas II en keizerin Alexandra verder vergrootte.
De gebeurtenissen rond Raspoetins dood en de directe nasleep werpen een scherp licht op de bestuurlijke ontwrichting van het laat-tsaristische regime in de laatste maanden vóór de Februarirevolutie. Deze pagina biedt een feitelijke reconstructie van de moord op Grigori Raspoetin en de onmiddellijke politieke nasleep, in een bredere context van elite-macht en gebrekkige controle.
Voorbereiding en misleiding
Joesoepov, die Raspoetin in de voorafgaande zes weken meerdere malen had ontmoet voor vermeende genezende behandelingen, nodigde hem uit in het Moikapaleis. Daarbij wekte hij de indruk dat zijn echtgenote, prinses Irina, uit Koreiz zou zijn teruggekeerd en dat Raspoetin haar op een besloten huisfeest zou kunnen ontmoeten. Irina had echter geweigerd mee te werken en verbleef bij haar schoonouders op de Krim.1 Protopopov, een bevriende minister van Binnenlandse zaken raadde hem aan niet op de uitnodiging in te gaan.
Na middernacht begaf prins Felix zich samen met dokter Stanislaus de Lazovert naar Raspoetins woning. Op dit ongebruikelijke tijdstip maakte Joesoepov geen gebruik van de hoofdtrap, maar van een diensttrap in de binnenplaats. Na ongeveer een half uur keerden zij terug naar het recent gerenoveerde paleis. In het souterrain was de wijnkelder voorbereid voor de moord. Op de hoofdetage wachtten de overige samenzweerders: grootvorst Dimitri Pavlovitsj, Vladimir Poerisjkevitsj, Lazovert en Soechotin. Zij deden alsof er een housewarming party gaande was.2

In zijn memoires schreef Joesoepov dat hij Raspoetin thee en petit fours aanbood die met een grote hoeveelheid kaliumcyanide waren vergiftigd. Joesoepov speelde gitaar en zong zigeunerballades. Poerisjkevitsj, een geheelonthouder, noteerde dat hij het openen van wijnflessen hoorde. Raspoetins dochter verklaarde dat hij nooit zoetigheden at en de uitleg van Joesoepov ongeloofwaardig was. Lazovert verkondigde later dat hij een onschuldig middel had gebruikt om zich niet te compromiteren als arts.
Toen bleek dat Raspoetin niet aangedaan leek door het gif, ging Joesoepov naar boven en keerde terug met een Wembley-revolver. Hij schoot Raspoetin van dichtbij; de kogel drong de borst binnen, doorboorde maag en lever en verliet het lichaam aan de andere zijde3 Raspoetin viel op de grond.
Schoten, vlucht en dood
Na enige tijd kwam Raspoetin bij bewustzijn en probeerde te ontsnappen. Hij bereikte via een onbeveiligde deur de binnenplaats en strompelde naar de poort. Poerisjkevitsj werd door het lawaai gealarmeerd en rende naar buiten. Hij vuurde vier keer; drie schoten misten doel, één drong de rechter nier binnen en bleef in de wervelkolom steken.4 Raspoetin stortte neer in de sneeuw.5 Vervolgens plaatste iemand zijn revolver op het voorhoofd; het is onduidelijk wie dat was.
Het lichaam werd terug naar binnen gedragen. De samenzweerders besloten Raspoetins bezittingen te verbranden, n.b. in de vuurkist van een Rode-Kruistrein. Soechotin trok diens bontjas, overschoenen en handschoenen aan en vertrok samen met Dimitri Pavlovitsj en Lazovert in de auto van Poerisjkevitsj, om de indruk te wekken dat Raspoetin het paleis levend had verlaten.6
Twee politieagenten, die een snelle reeks schoten hadden gehoord en auto’s hadden zien komen en gaan, bespraken dit op de Pochtamtsky-brug. Eén van hen belde aan en de butler om uitleg vragen, maar die stuurde hem weg.7 Twintig minuten later is hij evenwel opnieuw ontboden. Poerisjkevitsj verklaarde trots dat hij Raspoetin had doodgeschoten en verzocht de agent te zwijgen “in het belang van de tsaar”.8 De agent rapporteerde zijn bevindingen echter aan zijn superieuren.9
Joesoepov had inmiddels bedacht een van zijn honden dood te schieten, om de indruk te wekken dat het bloedsporen in de sneeuw daarmee te maken hadden.

De volgende ochtend waren de dochters van Raspoetin, de tsarina en Vyroubova in paniek; Raspoetin was nog steeds niet teruggekeerd. De verdenking viel op Joesoepov en zijn medestanders. Uit een medische test bleek dat het bloed niet van een hond afkomstig kon zijn. Joesoepov schreef die middag een verontschuldigende brief aan de tsarina en Pavlovitsj probeerde die avond te vluchten. Het onderzoek werd voortgezet toen die avond een van Raspoetins laarsen en bloedsporen op de brug over de Kleine Neva werd gevonden. Duikers slaagden er de daarop volgende zondag niet in het lichaam te vinden, dat inmiddels was afgedreven.
Pas op maandagochtend 19 december is Raspoetins lichaam aangetroffen nabij de oever, ongeveer 140 meter ten westen van de Petrovski-brug.10 Later die dag werd het lichaam overgebracht naar het verlaten Chesmenski-weeshuis. Die avond verrichtte de forensisch arts Kosorotov een autopsie, waaruit bleek dat de onmiddellijke doodsoorzaak het laatste schot was, dat de frontale hersenkwab had getroffen.11 Het officiële autopsierapport, waaruit bleek dat hij veel cognac had gedronken, is tot op heden niet teruggevonden.12
Autopsie en vaststellingen
Bij het gerechtelijk onderzoek werd vastgesteld dat Raspoetin op drie plaatsen was beschoten: een schot door de maag in de lever, een schot langs de wervelkolom door de nieren en een schot in het voorhoofd. Daarnaast werden meerdere ernstige bloeduitstortingen geconstateerd; aan de rechterzijde van het lichaam werden botbreuken vastgesteld, toegeschreven aan de val van de brug. Er werd geen cyanide aangetroffen13 en evenmin water in de longen, waaruit werd afgeleid dat Raspoetin reeds was overleden voordat hij bij de brug in een wak werd geworpen.14 P.S. Dit zal in een latere fase worden besproken aan de hand van forensisch-medische literatuur.
Op 21 december is Raspoetin begraven in het park van Tsarskoje Selo, op het terrein van Anna Vyrubova.15 De plechtigheid om 08.45 uur werd bijgewoond door het keizerlijk paar met hun dochters, Vyrubova en een kleine kring vertrouwelingen. Of de dochters van Raspoetin ook aanwezig waren, is onduidelijk.
Zonder verhoor of proces stuurde de tsaar kort daarop grootvorst Dimitri Pavlovitsj en Felix Joesoepov in ballingschap, waarmee hij voorkwam dat de moord op Raspoetin ooit aan een rechtbank werd voorgelegd.16 Het politieonderzoek werd stopgezet; de overige samenzweerders bleven ongestraft.17
Daarmee bevond vrijwel de gehele keizerlijke familie zich buiten de hoofdstad of onder huisarrest. Tsaar Nicolaas II trad nauwelijks nog in het openbaar op, terwijl keizerin Alexandra zich steeds verder terugtrok. Het hof raakte politiek geïsoleerd, wat de bestuurlijke verlamming in de twee maanden vóór de Februarirevolutie verder versterkte. De dichter Aleksandr Blok schreef over de moord op Raspoetin: “De kogel, die aan hem een eind maakte, trof de heersende dynastie in het hart.”[179]
Het gerechtelijk onderzoek werd uiteindelijk definitief gestaakt, op bevel door Aleksandr Kerenski, inmiddels minister van Justitie in de Voorlopige Regering.18
De zaak-Raspoetin laat zien hoe personen die binnen besloten elites als betrouwbaar worden ervaren langdurig buiten effectieve controle kunnen opereren — een mechanisme dat ook in latere affaires, zoals die rond Jeffrey Epstein, herkenbaar is.
Referenties:
- Douglas Smith (2016) Rasputin, p. 303 ↩
- Smith, p. 304 ↩
- Smith, p. 311 ↩
- Smith, p. 318 ↩
- Smith, p. 319 ↩
- Smith, p. 324-325 ↩
- Smith, p. 329 ↩
- Smith, p. 330-336 ↩
- Smith, p. 324 ↩
- Smith, p. 344-345 ↩
- Smith, p. 338, 346 ↩
- Smith, p. 347-348 ↩
- Smith, p. 166 ↩
- Smith, p. 167 ↩
- Smith, p. 169, 350, 351 ↩
- Smith, p. 354-356 ↩
- Smith, p. 357-359 ↩
- Smith, p. 168 ↩
![]()